Rap,

Als je weggaat, neem een stukje van me mee,

Een klein pluizig zwart bolletje werd in mijn armen gedrukt, zo klein zo teer. Mijn adem stokte in mijn keel en ik slaakte een diepe zucht van liefde. Zo klein nog en zo hulpeloos, maar zo levenslustig en vrolijk.

Ondanks zijn donkere kleur verlichte hij de boerderij en onze harten. Spartelend, want lopen kon hij niet. Tollend om zijn as probeerde hij alles tussen zijn kleine doeltreffende melktandjes te krijgen en te vermorzelen. Mijn moederhart zwol in mijn borst, zo groot dat ik bleef zuchten als wilde ik ruimte maken voor dit alles omvattende gevoel.

Hij haalde elke dag het beste uit me, proberend aan zijn behoeften te voldoen werd een ware Willie Wortel in me wakker. Ik bouwde, ik schroefde,ik timmerde en ik maakte een heuse kabelbaan voor hem. De ene uitvinding na de andere vloog uit mijn mouw en dit kleine wondertje genoot van alles wat ik voor hem maakte.

We ontdekten water, oh hemel water, in bad spartelen met mama in de badkuip en dan genietend op mijn borst in slaap vallen. Hij was zo zwaar gehandicapt, dat ik vaak twijfelde of ik goed bezig was. Maar dan zag ik weer dat staartje als een helikoptertje rond gaan en zag ik hem genieten van alles wat hij wel kon. Hij had het zo druk met wel kunnen, dat iets niet kunnen niet aan de orde kwam.

Hij ging vooruit, leerde staan en leerde zelf eten. Ik maakte een spartelpark voor hem ( een zachte ruimte waar hij kon vallen en spelen zonder zich te bezeren). En zo heel langzaam werd hij het middelpunt. Stuiterend aan de trapeze (kabelbaan door de schuur met tuigje voor steun) bepaalde hij wanneer ik ging slapen. Tollend van vreugde deed hij de Spaanse pas, liep als een lippizaner paardje, stappe-stappe-stap. En als hij eindelijk uitgeput in mijn armen in slaap viel, straalden zijn blinde oogjes totdat ze langzaam dicht vielen…. Genietend, veilig en gekoesterd.

Vannacht gingen zijn oogjes voor de laatste keer dicht. Rap Shao-lin Miedema, mijn kleine prins, mijn kind. Samen ademend, zijn longetjes gevuld door de zuurstof uit de mijne, onze harten die samen klopten. Zijn puppywangetjes vast geplakt aan mijn betraande wangen, zijn oortjes gespitst op mama’s stem. het wonder van zijn leven ging door in zijn sterven, zo verbonden, zo lief en zo gelukkig en gekoesterd. Zo heel zacht lag hij weggekropen in Papa en Mama’s armen en zo heel zacht gaven we hem aan God terug.

God, mijn God van liefde. Bedankt voor dit enorme cadeau. Voor de jaren die hem niet gegeven waren, maar die we toch kregen samen. Bedankt voor de lessen die hij ons leerde, dat beperkingen niet bestaan. Dat ogen kunnen zien zonder te kijken. En dat geuren bestaan zonder te kunnen ruiken. Bedankt dat ik leerde wat dapper zijn betekent, wat het betekent alles uit het leven te halen, als niets je gegeven is.

Rap, bedankt dat je mijn kind was, dat je de nachten dat ik niet moedig genoeg voor mezelf was, ik dat voor jou moest zijn. Dat ik voor mezelf niet meer durfde te bouwen, ik dat voor jou moest doen. Bedankt lieve Rap dat je me leerde boven mezelf uit te stijgen, toen ik diep, zo diep op de bodem van mijn leven lag. Je me leerde zwemmen, toen ik verdronk… dapper zijn kreeg jouw naam.

Lieve Rap, ik denk en hoop dat ik namens veel mensen spreek die jou via mij leerden kennen. Je bent een wonder. soms doe je zoveel voor een dier, werk je zo hard en geef je zoveel en dan zie je ineens, het was niets, helemaal niets in vergelijking tot wat hij voor mij gedaan heeft. Dag mijn kleine puppekind, neem maar een stukje van mij met je mee. Het was van jou het moment dat ik je in mijn armen nam. dapper zijn kreeg jouw naam. Norma

Categorieën: Norma' blog

Plaats een reactie