Deprilief

Deprilief,

Jura zit op haar bankstel, meer doet ze eigenlijk niet. Ja dat en blaffen.
Dagen achtereen zit ze daar trillend, angstig en blaffend naar alles wat langs komt.
Wat we ook doen ik kan haar niet helpen. Als we haar onder dwang meenemen naar buiten drukt ze haar staart tussen haar benen en trilt, te erg opgesloten in zichzelf om er uit te durven.
Ik ben wanhopig, hoe kan ik haar in godsnaam helpen. Haar psychische lijden zo groot dat ik me afvraag of dit zo nog wel kan. Of ik haar moet laten gaan..

Jura is tijdens de brand zwaar vergiftigd geraakt met koolmonoxide, ik heb haar reeds bewusteloos uit het huis gehaald. Jura haar voorgeschiedenis was natuurlijk ook niet fraai.
En het huis was haar zo vertrouwde plek, weken bleef ze maar naar waar ooit de voordeur was lopen om haar vertrouwde plekje op te zoeken. Maar het was er niet meer.
Alleen de geur van roet, rook en kadavers. Ze werd steeds onzekerder, steeds triester.
En toen bleek ook nog dat ze door de koolmonoxide vergiftiging een hersenbeschadiging opgelopen had.

Ik werd wakker en moest mijn ogen open doen, wakker worden vraagt dat van je.
Ademen wil niet, ik stik bijna. In en uit Norma, ja zo gaat het goed. Adem in en uit…
De grauwe sluiers in mijn hoofd dwarrelden voor mijn ogen en ik hield ze stijf gesloten. Weer een dag vechten tegen de duisternis die me dreigde te overspoelen. Weer een dag worstelen.
Door, je moet door.
Wild en druk gekwispel, springende honden trokken zich niets aan van mijn gemoed, jippiee ze is wakker, we mogen spelen, krijgen eten en het word een heerlijke dag.
Moeizaam klim ik uit bed en dwars door de zwarte mistflarden in mijn hoofd trekt een zonnetje voorbij. Sterker nog honderd zonnetjes trekken voorbij. Jaaa Norma is wakker…
De dieren blijven stug doorstralen, hoe ik me ook voel.
Huilend zit ik even later koffie te drinken, verman mezelf en geef een figuurlijke schop tegen mn kont.
Kom op Norma, je kunt het….
Zo nu en dan word het me teveel, blijf ik stil staan en begin zonder reden weer te huilen, de kleuren willen maar niet doorkomen in me.
Ik ben zo moe, zo verschrikkelijk moe…
Soms is de duisternis zo groot in mij dat ik het overzicht verlies en lijstjes moet maken om al het werk wat ik op een dag moet doen te kunnen overzien.
Ik vink ze een voor een af, stallen mesten, stro en hooi uitdelen, katten verblijf schoonmaken, de mest weg drukken met de trekker. Die hond eruit en die. Voerbakken vullen, kattenbakken legen, biks, muesli en flesjes melk, veel flesjes melk.
Die kan niet bij die…en zo worden de duizend taken per dag achter elkaar gedaan.

Jura zit nog steeds op haar bank, ze is eenzaam , maakt geen contact meer met de andere honden.
Hoe ik haar ook knuffel. Niets helpt.
Het enigste wat haar blij kan maken is eten. Dat krijgt ze dus in overvloed. Veel en vaak.
Ik kijk naar haar en voel me zo verbonden, niemand snapt het hè lieverd, wat er van binnen allemaal gebeurt met je.
Maar ik, ik snap je wel en samen gaan we een weg vinden hierin.
Jij met jou duisternis en ik met de mijne.

Het is twee jaar nu, de brand. De dag dat mijn leven voorgoed veranderde. De dag dat de dood de baas werd. De dag dat ik al mijn vertrouwde veilige onbevangen gevoelens verloor.
Zomaar een dag…die voor eeuwig door gaat in mij, die nooit op lijkt te houden.
De geur nog in mijn neus, de angst nog in mijn lijf. Ik word opgevreten en weer uitgespuugd.
Het is te groot om te dragen en ik red het niet…

Niets was goed in mij en ik wilde slapen, slapen en vergeten.
Niet voelen Norma, even niets meer voelen alsjeblieft.

ineens nam ik de beslissing met Jura, dit kon zo niet langer en belde met mijn dierenarts.
Euthanasie was onvermijdelijk geworden, maar ik wilde echt alles, maar dan ook alles geprobeerd hebben.
Ze kreeg medicijnen, antidepressiva.
En ik maakte de drastische beslissing haar in een kennel te doen, samen met een andere hond.
Ik pakte Jura haar banstel af en gaf haar verplicht een vriend.

Ook nam ik op een dag de beslissing voor mezelf, ik gaf mezelf een kamer in het huis.
Een plek die warm is, die weer op thuis ging lijken.
Ik bouwde zelf een bed en gaf kleur aan die kamer. Na dik twee jaar in de pipowagen te hebben gewoond, had ook ik een plek voor mij nodig.
Ik begon er over te praten met een vriendin ver weg, ik had het eindelijk iemand verteld. dat hielp.
en daarna aan Anton en zag de pijn in zijn ogen, hij wist het natuurlijk.
Ik had alles wat ik wilde en nodig had. Een plek voor de dieren, een heerlijk huis. Een fantastische man, dieren die onvoorwaardelijk veel van me houden. Maar ik leed.
Ik verdronk en werkte, werkte nog harder omdat ik bang was dat ik niet genoeg bewezen had dat ik al die hulp waard was geweest na de brand.

Anton hield me vast, nam de dagen dat hij er is alles van me over. Liet me slapen, liet me huilen en weer slapen….
Hield me vast, ook als hij er niet was.

En zo op een dag deed ik de kennel van Jura en Mannaz open, blij kwispelend renden ze beide op me af.
Ik zakte door mijn knieeen en de tranen stroomden over mijn wangen.
Vrolijk sprong Jura tegen me op en gooide me omver, ze bleef mijn gezicht likken. Net zolang als dat mijn tranen stroomden.
Dol enthousiast renden ze samen naar buiten, zoef spelen, rennen, kwispelen. Ik zag ze nog ergens ver in het weiland.
Rug aan rug. Twee vrienden die onafscheidelijk de vreugde ontdekten.
Weg was de dode blik die haar zo mooie kop ontsierde, weg was de doffe vacht. Weg het liggen en blaffen en hallo het spelen en rennen.

Het was zwaar en dat is het nog, ook ik gebruik antidepresieva. Mijn worsteling is nog lang niet voorbij.
Maar toch zie ik hier en daar als het donker is heel voorzichtig het zonnetje opkomen.
Mijn lichaam en ziel kunnen nu gaan herstellen van wat de grootste klap in mijn leven was.
Door de jaren heen heb ik vaker gevochten tegen depressies, maar deze was wel echt de klapper.

Wakker worden Norma, wakker worden!!!
Een grote groep honden staat kwispelend op mijn bed.
Zodra ik één oog open doe springen ze allemaal bovenop me.
Ik word bedolven onder de hondenlijven en schaterend van het lachen probeer ik me eruit te wurmen.
Anton staat hoofdschuddend toe te kijken, draait zich om en zegt’ blijf jij maar lekker liggen. De hele dag als je wilt, ik ben er nu en ik laat je nooit meer alleen’.
De meeste honden stuiven achter hem aan. Leuk, leuk we gaan iets leuks doen, het is altijd leuk met Anton.
Een paar oudjes blijven bij me liggen en kruipen nog eens goed tegen me aan.
Ik pak ze stevig vast en ik weet dat ik niet alleen meer ben.
Zoveel jaren geworsteld in mijn eentje, in armoede, kou, zonder enige vorm van luxe voor mezelf, heb ik nu de luxe van een man die van mij houdt en mijn kinderen.
Ik glimlach en val weer in slaap. Ik ben veilig.

Elke dag, elke godvergeten dag ben ik uit bed gestapt, de dieren verzorgd, ze liefde gegeven, ze geknuffeld. Jonge dieren de fles gegeven. Hun medicijnen gegeven. Sommigen begeleid naar hun overlijden. De stallen gemest, met Jannaii gewerkt…elke dag! Hoe ik me ook voelde.
Geen dag, niet één dag heb ik verzaakt.
Want zie je? Ik heb elk van hen gered.
Maar zij redden mij elke dag opnieuw…

Norma.

Categorieën: Geen categorie

Plaats een reactie